Rechtseenheidbrieven geautomatiseerde data-analyse en reikwijdte rechtmatigheidstoetsing TIB

De Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) en de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) voeren geregeld uit eigen beweging overleg om te komen tot een gelijke uitleg van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017). Zij noemen dit rechtseenheidoverleg. 

Dit streven naar rechtseenheid is van belang voor de rechtszekerheid van de burger en geeft ook de AIVD en de MIVD de benodigde duidelijkheid over de wetsinterpretatie van de TIB en CTIVD bij de uitoefening van hun taken. Wanneer de TIB en de CTIVD een gezamenlijk standpunt innemen, maken zij dat aan het parlement bekend door middel van een rechtseenheidbrief.

Op 23 november 2018 stuurden de TIB en de CTIVD twee rechtseenheidbrieven naar de Eerste en Tweede Kamer. Deze brieven gaan over de volgende onderwerpen:

1. De reikwijdte van de rechtmatigheidstoets door de TIB t.a.v. de inzet van bijzondere bevoegdheden in het kader van de samenwerking van de AIVD en de MIVD met buitenlandse diensten.

De TIB en de CTIVD vinden kortgezegd dat de AIVD en de MIVD de samenwerking met buitenlandse diensten moeten betrekken in de motivering voor de inzet van bijzondere bevoegdheden. Bijvoorbeeld wanneer bij het verwerven van gegevens al de verwachting bestaat dat deze worden gedeeld met buitenlandse diensten  of de inzet van bijzondere bevoegdheden plaatsvindt ter ondersteuning van een buitenlandse dienst. In de rechtseenheidbrief wordt uitgelegd onder welke omstandigheden dit van betekenis is voor de rechtmatigheidstoets door de TIB.

2. Het toetsingskader dat de TIB en de CTIVD zullen hanteren voor de geautomatiseerde analyse van metadata die is verkregen door onderzoeksopdrachtgerichte interceptie.

In het politiek en maatschappelijk debat rond de Wiv 2017 is er veel aandacht geweest voor metadata-analyse en de mate waarin dit een inmenging vormt in de persoonlijke levenssfeer van de burger. In de wet is vastgelegd dat de AIVD en de MIVD toestemming moeten hebben van de minister als zij personen of organisaties willen identificeren via de geautomatiseerde analyse van metadata die door onderzoeksopdrachtgerichte interceptie zijn verkregen. Deze toestemming wordt vervolgens getoetst door de TIB. Pas dan mag de bevoegdheid worden toegepast. Op de uitvoering hiervan wordt toezicht gehouden door de CTIVD. Ook behandelt de CTIVD eventuele klachten over de inzet van deze bevoegdheid.

Dit onderdeel van de wet lijkt vrij eenvoudig, maar is in de uitvoering in de praktijk complex. In de rechtseenheid brief wordt uitgelegd welk kader de TIB en CTIVD verbinden aan de uitvoering van deze bevoegdheid en hoe de AIVD en de MIVD dit moeten toepassen.