Publicatie rapport 73 over het verstrekken van persoonsgegevens aan buitenlandse diensten met een verhoogd risicoprofiel door de AIVD en de MIVD

De CTIVD heeft onderzoek verricht naar het verstrekken van persoonsgegevens aan buitenlandse inlichtingen- en veiligheidsdiensten met een verhoogd risicoprofiel door de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD). Het daaruit voortvloeiende toezichtsrapport nr. 73 is gepubliceerd op 12 oktober 2021. Bij het rapport is een persbericht opgesteld.

Bij de totstandkoming van de Wiv 2017 was er maatschappelijke en politieke zorg over internationale samenwerking van inlichtingen- en veiligheidsdiensten en het uitwisselen van (persoons)gegevens. Dit heeft er mede toe geleid dat de CTIVD bij de inwerkingtreding van de Wiv 2017 aan de Tweede Kamer heeft laten weten bijzondere aandacht in haar toezicht te zullen hebben voor deze onderwerpen.

De noodzaak van het huidige onderzoek werd ingegeven door de omstandigheid dat de AIVD en de MIVD hun wegingsnotities langere tijd (nog) niet op orde hebben. Mede naar aanleiding van het kritische toezichtsrapport nr. 60 (februari 2019) van de CTIVD zijn de beide diensten – deels gezamenlijk – gestart met een omvangrijke herziening van (het proces van) de wegingsnotities voor de samenwerkingsrelaties met buitenlandse diensten. Dit proces is ten tijde van de publicatie van toezichtsrapport nr. 73 nog niet afgerond. Juist in deze periode moeten de diensten scherp zijn op het proces van de feitelijke verstrekkingen van gevoelige gegevens zoals persoonsgegevens aan buitenlandse diensten die niet aan alle wettelijke samenwerkingscriteria voldoen (‘verhoogd risicoprofiel’) en de hieraan gekoppelde toestemming en waarborgen. Een belangrijke basis en grondslag voor de verstrekkingen, de wegingsnotities, kunnen immers (nog) niet voldoende houvast bieden.

De CTIVD heeft onderzocht of het verstrekken van geëvalueerde persoonsgegevens aan buitenlandse diensten met een verhoogd risicoprofiel in de onderzoeksperiode (1 september 2019 – 1 maart 2020) door de AIVD en de  MIVD op rechtmatige wijze plaatsvindt en hoe deze rechtmatigheid is gewaarborgd.

De CTIVD concludeert dat het proces bij de AIVD grotendeels op orde was. In de praktijk deden zich onrechtmatigheden voor bij het gebruik van overkoepelende toestemmingen en van een groepsafweging. Deze onderwerpen dient de AIVD spoedig – in lijn met de door de CTIVD geformuleerde randvoorwaarden – uit te werken in beleid en werkinstructies. Bij de MIVD was het proces niet op orde, omdat niet was voorzien in een systematiek van toestemmingsverlening op een voldoende niveau en vastlegging van de motivering van de verstrekkingen. Voor het merendeel van de verstrekkingen bestond geen toestemming en in geen geval was een motivering vastgelegd. Ook voor de MIVD geldt dat het gebruik van overkoepelende autorisatienota’s voor het verstrekken van persoonsgegevens spoedig dient te worden uitgewerkt in beleid en werkinstructies met inachtneming van de door de CTIVD geformuleerde randvoorwaarden. De CTIVD treedt hierover in dialoog met de diensten en beoordeelt de rechtmatigheid hiervan.

Rapport nr. 73 heeft de volgende bijlagen: Verdieping (bijlage A), Toetsingskader (bijlage B) en een Begrippenlijst (bijlage C). Het rapport heeft een geheime bijlage.

De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Defensie hebben op 12 oktober 2021 CTIVD-rapport nr. 73 naar de Tweede Kamer gezonden, inclusief een gezamenlijke aanbiedingsbrief.

©Shutterstock