De Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) heeft onderzoek gedaan naar het filterkader dat de AIVD en MIVD gebruiken bij het ongericht onderscheppen van gegevens. Uit het rapport ‘Filteren uit een ongerichte stroom gegevens: werking en waarde van het filterkader’ blijkt dat het zogenaamde filterkader bijdraagt aan datareductie, maar dat er risico’s zijn voor de zorgvuldige verwerking van gegevens. Daarnaast blijkt dat onderschepte gegevens in sommige gevallen ook worden gebruikt voor andere onderzoeken dan waarvoor de gegevens werden geïntercepteerd. Dat is niet in strijd met de wet, maar is mogelijk niet voorzien toen de huidige Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten werd aangenomen.
Bij de onderzoeksopdrachtgerichte interceptie (‘OOG-interceptie’) mogen de AIVD en MIVD (internet)communicatie grootschalig onderscheppen. Daarbij is het onvermijdelijk dat gegevens worden onderschept van personen of organisaties waar de diensten geen onderzoek naar doen. Daarom gelden er strikte voorwaarden voor het inzetten van deze bevoegdheid en voor de verwerking van onderschepte gegevens. Zo moeten niet relevante gegevens zo snel mogelijk worden verwijderd. Eén methode voor datareductie is het ‘filterkader’: daarin zitten filters die ervoor zorgen dat gegevens die relevant zijn voor één of meerdere onderzoeken van de diensten worden opgeslagen.
Hugo Hillenaar, voorzitter van de CTIVD: “Het filterkader draagt bij aan datareductie. Een substantieel deel van de onderschepte gegevens wordt namelijk niet opgeslagen. Maar uit onze bevindingen blijkt dat onderschepte gegevens in sommige gevallen ook worden gebruikt voor andere onderzoeken dan waarvoor de gegevens werden geïntercepteerd. Daar gaan we extra onderzoek naar doen.”
De CTIVD stelt vast dat wanneer gegevens niet worden opgeslagen op basis van het filterkader, deze gegevens alsnog kunnen worden opgeslagen op basis van twee andere methoden om te filteren. Dit heeft tot gevolg dat onderschepte gegevens ook kunnen worden geraadpleegd voor andere onderzoeken dan waarvoor de gegevens in eerste instantie zijn onderschept. De wet biedt hier ruimte voor, maar het is de vraag of de wetgever deze werkwijze heeft voorzien tijdens het wetgevingsproces. Wat de impact is van deze werkwijze op hoeveelheid onderschepte gegevens en de inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van mensen zal de CTIVD verder onderzoeken.
De CTIVD signaleert ook een aantal risico’s voor de zorgvuldige verwerking van gegevens in de werkwijze van de diensten. Zo gebruiken de diensten begrippen en definities inconsistent, bijvoorbeeld met betrekking tot het verschil tussen metadata en inhoud. Ook ontbreken een aantal controles die kunnen bijdragen aan een goede werking van het filterkader. De CTIVD doet vier aanbevelingen om deze processen te verbeteren. Tegelijkertijd ziet de CTIVD dat de diensten ook procedures hebben die de risico’s op onrechtmatigheden verkleinen.
Het onderzoek heeft geleid tot een toezichtrapport 85 over de werking en waarde van het filterkader, gepubliceerd op 27 augustus 2026. De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie hebben de rapporten met hun beleidsreacties aan het parlement gestuurd.

Beeld: © CTIVD
