Op 9 oktober heeft de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) aangekondigd onderzoek te gaan verrichten naar de inzet van bijzondere bevoegdheden ter ondersteuning van een goede taakuitvoering van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD).

De diensten kunnen bijzondere bevoegdheden in bepaalde gevallen, omschreven in de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017), na toestemming van de betrokken minister inzetten ter ondersteuning van een goede taakuitvoering. Bijvoorbeeld om vast te stellen of bijzondere maatregelen nodig zijn om de veiligheid van een agent te garanderen of de betrouwbaarheid van een informant te beoordelen.

Omdat deze werkwijze afwijkt van het uitgangspunt dat de inzet noodzakelijk moet zijn voor een goede taakuitvoering van de diensten, vereist de Wiv 2017 dat de CTIVD terstond van de verleende toestemming op de hoogte wordt gesteld. Deze wettelijke regeling is geïntroduceerd in de Wiv 2017.

Het onderzoek is gericht op de beoordeling van de rechtmatigheid van de toepassing van artikel 28 lid 2 Wiv 2017, dat de gevallen regelt waarin bijzondere bevoegdheden ter ondersteuning kunnen worden ingezet. Daarnaast is het gericht op het beantwoorden van de vraag of de diensten in alle gevallen waarin de wet dit vereist de CTIVD op de hoogte stellen van de verleende toestemming.

OnderzoekInzet van bijzondere bevoegdheden ter ondersteuning van een goede taakuitvoering