Onafhankelijkheid CTIVD

Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten moet niet alleen deskundig zijn, maar ook onafhankelijk van deze diensten en van de politiek. 

Weegschaal

Bij de oprichting van de CTIVD was dit het uitgangspunt. Zo kan de CTIVD zelf bepalen wat zij onderzoekt en stuurt zij haar bevindingen in openbare rapporten naar de Tweede Kamer. Haar eigen budget is deel van de Rijksbegroting.

De onafhankelijkheid van de CTIVD blijkt ook uit de benoemingsprocedure. Bij een vacature wordt de eerste selectie van kandidaten gemaakt door de vice-president van de Raad van State, de president van de Hoge raad en de Nationale ombudsman. Zij stellen een aanbevelingslijst op en sturen deze naar de Tweede Kamer. De Vaste Commissie Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van de Tweede Kamer spreekt met de kandidaten en kiest drie personen uit. De Tweede Kamer stemt hierover en stuurt de lijst met drie personen in de volgorde van voorkeur naar de ministers van Algemene Zaken, Defensie en Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Deze ministers zijn gehouden één kandidaat te kiezen uit de lijst. De Koning benoemt de betrokken kandidaat tot lid van de CTIVD voor de periode van zes jaar.

Het is bijzonder dat in deze benoemingsprocedure de drie staatsmachten (achtereenvolgens de rechtsprekende macht, de wetgevende macht en de uitvoerende macht) vertegenwoordigd zijn. Bij de benoeming van een rechter bijvoorbeeld, is het parlement niet betrokken. De procedure lijkt eigenlijk nog het meest op die van de benoeming van de ombudsman.