De AIVD en MIVD (de diensten) maken in toenemende mate gebruik van Artificiële Intelligentie (AI) en Geautomatiseerde Data-analyse (GDA) bij het uitvoeren van hun wettelijke taken. De ontwikkeling en toepassing van AI en GDA verlopen binnen beide diensten sneller dan de implementatie van bijbehorende kaders, waarborgen en AI geletterdheid. Dit blijkt uit het vandaag gepubliceerde Toezichtsrapport 86

De diensten verwerven en verwerken grote hoeveelheden gegevens om hun wettelijke taken uit te voeren. De diensten gebruiken AI en GDA om deze gegevens te structureren, filteren of analyseren. Deze toepassingen werken snel en efficiënt en bieden mogelijkheden om verbanden te leggen tussen verschillende gegevens(bronnen). Dit is noodzakelijk om van gegevens bruikbare inlichtingen te maken.

Tegelijkertijd brengt de verwerking van persoonsgegevens een inbreuk met zich mee. Het is de taak van de CTIVD om erop toe te zien dat de gegevens rechtmatig worden verwerkt om zo de privacy van personen te waarborgen. De voorzitter van de CTIVD, Hugo Hillenaar zegt hierover:

“Voor het ontwikkelen en gebruiken van AI- en GDA-systemen is het noodzakelijk om duidelijke kaders op te stellen waarbinnen wordt gewerkt. Deze kaders zijn nodig ter bescherming van rechten en vrijheden van personen. Met de opkomende en snelle technologische ontwikkelingen op dit vlak is het van het grootste belang dat we steeds deze balans zoeken tussen de nationale veiligheid en de bescherming van de fundamentele rechten van personen.”

Onvoldoende kaders ingericht

Uit dit verkennend onderzoek blijkt dat de diensten AI en GDA in de praktijk gebruiken, terwijl de daarvoor benodigde kaders en waarborgen nog onvoldoende zijn ingericht. Dit betekent dat de inrichting van kaders en waarborgen achterloopt op de ontwikkeling en het gebruik van AI en GDA.

Het is aannemelijk dat de diensten de komende tijd op grotere schaal AI en GDA zullen ontwikkelen en gebruiken. Het is daarom van belang dat de reeds bestaande achterstand niet verder oploopt. Daarbij sluit de CTIVD aan bij de conclusie uit een eerdere rapportage uit 2020. Destijds constateerde de CTIVD al dat de vertaalslag van wetgeving en beleid naar de uitvoeringspraktijk een aandachtspunt was. Op basis van het verkennende onderzoek dat in 2025 en 2026 is uitgevoerd, concludeert de CTIVD dat deze vertaalslag nog steeds onvoldoende is gerealiseerd.

Onvoldoende sturing

Ondanks de reeds genomen stappen bij de diensten ontbreekt het aan centrale sturing of een centraal overzicht van de ontwikkeling en het beheer van AI- en GDA-systemen bij de diensten. Daarnaast is het van belang om bij de beleidsontwikkeling oog te blijven houden voor de werkbaarheid van het beleid en om ervoor te zorgen dat de beleidsontwikkeling daadwerkelijk bijdraagt aan het beoogde effect.

De CTIVD concludeert dat de diensten verdere stappen moeten zetten om verantwoord AI en GDA te ontwikkelen en te gebruiken. De CTIVD gaat dan ook met de diensten in gesprek over de wijze waarop zij aan de CTIVD zullen rapporteren over de voortgang en het tijdpad waarbinnen de benodigde stappen zullen worden gezet.

Het onderzoek heeft geleid tot een toezichtsrapport 86, gepubliceerd op 21 september 2026. De ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en Defensie hebben de rapporten met hun beleidsreactie aan het parlement gestuurd.

Beeld: © CTIVD