Onderzoek naar de inzet van onderzoeksopdrachtgerichte interceptie op de kabel door de AIVD en de MIVD

Op 18 januari 2021 heeft de Commissie van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (CTIVD) aangekondigd een onderzoek te gaan verrichten naar de inzet van onderzoeksopdrachtgerichte interceptie op de kabel door de AIVD en de MIVD.

Het onderzoek richt zich op de periode van 1 mei 2018 tot en met 31 december 2020. In deze periode hebben de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) en de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) verkennende activiteiten uitgevoerd op de kabel en de bevoegdheden ingezet die communicatiediensten verplichten desgevraagd informatie te verstrekken en medewerking te verlenen aan beide diensten (de zogenoemde informatie- en medewerkingplicht). De diensten verwachten dat de daadwerkelijke interceptie van de gegevens op de kabel in 2021 plaatsvindt.

Sinds de inwerkingtreding van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017) hebben de AIVD en de MIVD de mogelijkheid om de bijzondere bevoegdheid van onderzoeksopdrachtgerichte interceptie toe te passen op de kabel. Deze bevoegdheid bestond al voor het intercepteren van niet-kabelgebonden communicatie zoals satellietverkeer. Door de technologische ontwikkelingen bestaat er voor de AIVD en de MIVD de noodzaak om de bevoegdheid ook te kunnen inzetten op de kabel. De uitbreiding van de wettelijke mogelijkheden was een veelbesproken onderwerp in zowel het politieke als het maatschappelijke debat, waarbij de term ‘sleepnet’ veelvuldig werd gebruikt.

De diensten hebben verkennende activiteiten uitgevoerd ten aanzien van onderzoeksopdrachtgerichte interceptie op de kabel. Deze activiteiten bestaan uit het uitvoeren van zogenoemde snapshots. Dit zijn korte integrale opnames van de gegevensstromen. Aan de hand van deze opnames wordt onderzocht of een gegevensstroom van belang kan zijn voor het beantwoorden van de onderzoeksopdrachten van de diensten. Op basis van dit onderzoek de zal de daadwerkelijke interceptie zo gericht mogelijk kunnen plaatsvinden. Voor deze verkennende activiteiten is toestemming van de betrokken ministers en van de Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB) verkregen (zie hiervoor ook de derde en vierde voortgangsrapportage: CTIVD rapport nrs. 66 en 69). De daadwerkelijke interceptie van de gegevens op de kabel vindt plaats in 2021. Daarom heeft de CTIVD de keuze gemaakt om eerst onderzoek te doen naar de beginfase van het interceptieproces. Een vervolgonderzoek vindt plaats als de diensten gestart zijn met de interceptie.

Het diepteonderzoek van de CTIVD richt zich op de verkennende activiteiten en de inzet van de bijzondere bevoegdheden van de informatie- en medewerkingsplicht voor communicatiediensten. Centraal staat de vraag of de hierboven genoemde activiteiten rechtmatig zijn uitgevoerd. 

OnderzoekDe inzet van onderzoeksopdrachtgerichte interceptie op de kabel