Wat is een bijdrage aan targeting?
Het verstrekken van inlichtingen die kunnen helpen bij de besluitvorming om in een (militaire) operatie geweld te gebruiken.
Aanleiding voor het onderzoek
De afgelopen jaren is in het Parlement regelmatig gedebatteerd over het mogelijk gebruik van Nederlandse inlichtingen voor onrechtmatig geweldgebruik door andere staten. Er bleken vragen te leven over de rol en activiteiten van de MIVD. Het onderzoek van de CTIVD richtte zich met name op de periode 1 januari 2013 t/m 31 december 2015.
Doel van dit rapport
De CTIVD hoopt met dit rapport inzicht te geven in:
- Wat targeting is;
- Het juridisch kader dat geldt voor bijdragen van de MIVD aan targeting;
- De bijdragen van de MIVD aan targeting;
- De (on)rechtmatigheid hiervan.
Wenselijk juridisch kader
De CTIVD wijst op het belang van een helder juridisch kader voor het handelen van de MIVD. In het rapport komt zij tot de volgende kaderstelling:
- De MIVD moet bij iedere samenwerkingsrelatie met een buitenlandse dienst de risico’s van bijdragen aan onrechtmatig geweldgebruik afwegen (wegingsnotities).
- De MIVD moet bij iedere afzonderlijke verstrekking van inlichtingen die redelijkerwijs kan worden gebruikt t.b.v. targeting zijn overwegingen schriftelijk vastleggen.
- Bij deze verstrekking moet als schriftelijke voorwaarde worden opgenomen dat de inlichtingen niet mogen worden doorverstrekt of worden gebruikt t.b.v. schendingen van internationaal recht.
- De MIVD moet na de verstrekking alert zijn op aanwijzingen dat de inlichtingen zijn gebruikt voor onrechtmatig geweldgebruik.(feedbackloop).
Dit kader dient richtinggevend te zijn voor toekomstig handelen. Op p. 18 van het rapport is dit kader in een schema uitgewerkt.
Wanneer is een bijdrage van de MIVD aan targeting onrechtmatig?
Als de MIVD bij de verstrekking van inlichtingen aan een buitenlandse dienst of een militaire coalitie een onaanvaardbaar risico accepteert op een bijdrage aan onrechtmatig geweldgebruik.
Conclusies beleid en praktijk
De CTIVD heeft het volgende vastgesteld t.a.v. het beleid en de recente praktijk van de MIVD:
- Het juridisch kader dat de MIVD in zijn huidige beleid voor verstrekking hanteert, is onvoldoende toegespitst op het risico dat hiermee kan worden bijgedragen aan onrechtmatig geweldgebruik.
- De MIVD heeft i.h.k.v. twee militaire missies (waar Nederland zelf onderdeel van was) doelbewust een bijdrage aan targeting geleverd. Deze verstrekkingen waren in overeenstemming met de wet.
- De MIVD heeft, buiten militaire missies waar Nederland zelf onderdeel van was, geen inlichtingen verstrekt aan buitenlandse diensten met het uitdrukkelijke doel hiermee bij te dragen aan targeting.
- Ondanks dat de MIVD niet de bedoeling had bij te dragen aan targeting, konden sommige aan buitenlandse diensten verstrekte inlichtingen daar in beginsel wel voor worden gebruikt. De CTIVD heeft geen concrete aanwijzingen gevonden dat de MIVD hierbij een onaanvaardbaar risico heeft geaccepteerd op een bijdrage aan onrechtmatig geweldgebruik.
De vraag of nu wel of geen (dodelijk) geweld is gebruikt n.a.v. inlichtingen van de MIVD, kan de CTIVD niet beantwoorden. De buitenlandse ontvangers van de inlichtingen leggen hierover in het algemeen geen verantwoording af en de CTIVD heeft niet de bevoegdheid onderzoek te doen bij deze ontvangers. De CTIVD is zelf in haar onderzoek bij de MIVD niet gestuit op concrete aanwijzingen dat aan buitenlandse diensten verstrekte inlichtingen (buiten militaire missies waar Nederland zelf onderdeel van was) zijn gebruikt t.b.v. (dodelijk) geweldgebruik. Ook toepassing van het door de CTIVD als wenselijk beschreven juridisch kader zal niet kunnen uitsluiten dat, zonder dat dit door de MIVD is gewild, door deze dienst aan buitenlandse diensten verstrekte inlichtingen kunnen worden gebruikt t.b.v. onrechtmatig geweldgebruik. Het zal het risico hierop echter wel aanzienlijk kunnen verkleinen.