De hoofdlijnen en belangrijkste conclusies van het rapport.

Hebben de diensten een wettelijke taak voor de veiligheid van buitenlandse vliegroutes?

De Commissie stelt vast dat het niet onder de wettelijke veiligheids- en inlichtingentaken van de AIVD (art. 6 lid 2 a/d Wiv 2002) en de MIVD (art. 7 lid 2 sub a, c/e) valt zelfstandig onderzoek te doen naar de veiligheid van het luchtruim in het buitenland en daarmee naar de veiligheid van vliegroutes die
daardoorheen gaan.

De Commissie is van oordeel dat de veiligheid van vliegroutes in het buitenland wel onder de veiligheidsbevorderende taak van de AIVD (art. 6 lid 2 c) valt. Ook andere aspecten van de veiligheid van de burgerluchtvaart, zoals bevorderen van de veiligheid van Nederlandse luchthavens en van de controle van passagiers en hun bagage, vallen hieronder. De MIVD heeft ook een veiligheidsbevorderende taak, maar deze richt zich op de defensiesector.

Deze veiligheidsbevorderende taak van de AIVD is geen zelfstandige onderzoekstaak. De taak is erop gericht een bijdrage te leveren aan de bevordering van de bescherming van belangrijke en kwetsbare onderdelen van het maatschappelijk leven in Nederland. Dit gebeurt aan de hand van de al verzamelde informatie in onderzoeken onder de veiligheids-en inlichtingentaak. Ter invulling van deze taak kan van de AIVD worden verwacht dat de dienst een bijdrage levert aan een goede informatievoorziening van de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen.

Ook van de MIVD kan worden verwacht dat informatie die wijst op een concrete dreiging tegen de burgerluchtvaart in het buitenland, zo spoedig mogelijk wordt gedeeld met de NCTV of de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen. Dit volgt uit de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Hoe ziet de formele overlegstructuur tussen de AIVD en de MIVD en de partijen in de burgerluchtvaart over veiligheidskwesties er uit en welke informatieuitwisseling vindt hier plaats?

De AIVD verricht verschillende activiteiten die gericht zijn op het bevorderen van de veiligheid van de burgerluchtvaart. De rol van de MIVD op dit terrein is beperkter vanwege zijn militaire gerichtheid. De AIVD neemt deel aan verschillende overlegstructuren en deelt hier niet-gerubriceerde
informatie over mogelijke dreigingen.
• Overleg met de zogenoemde vitale sectoren gezamenlijk, waaronder de burgerluchtvaart;
• Het Platform Beveiliging en Publieke Veiligheid Schiphol (BPVS);
• Overleggen met regionale luchthavens.


De AIVD en de MIVD stellen op verzoek van de NCTV dreigingsanalyses op voor de burgerluchtvaart (nationale luchthavens en inkomend en uitgaand vliegverkeer) en verstrekken daarin dreigingsgerelateerde informatie uit hun lopende onderzoeken. De AIVD onderhoudt verder een uitgebreid relatienetwerk met de burgerluchtvaartsector, waaronder de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen. Aan de luchtvaartmaatschappijen verstrekt de AIVD op vraaggestuurde basis informatie uit zijn onderzoeken. De MIVD onderhoudt alleen contact met de
KLM. Binnen deze relatie verstrekt de MIVD op vraaggestuurde basis informatie uit zijn onderzoeken.

Op grond van eigen beleid van de beide diensten delen zij concrete dreigingsinformatie met de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen en/of NCTV. De ernst en waarschijnlijkheid van een dreiging bepalen zij aan de hand van een set van dreigingsfactoren (t.w.: capaciteit, potentie, intentie en
activiteit). De Commissie is van oordeel dat deze factoren een goed uitgangspunt vormen voor deze beoordeling.

 

Wat wisten de diensten voor de crash over de veiligheid van civiele vliegtuigen boven Oost-Oekraïne en hebben zij deze informatie met externe partijen gedeeld?

De Commissie heeft als enige instantie buiten de diensten zelf toegang gehad tot al het staatsgeheime materiaal waarover de diensten voor de crash van MH17 beschikten. Zij komt tot de volgende beoordeling:

Uit het beschikbare materiaal bij de diensten blijken geen factoren die wezen op een concrete dreiging tegen de burgerluchtvaart voor de crash van MH17. Uit de informatie bij de diensten blijkt niet dat bij één of meerdere van de actoren die betrokken waren bij het conflict in Oost-Oekraïne voor de crash sprake was van een combinatie van militaire middelen, mogelijkheden en intentie gericht op het neerhalen van een civiel vliegtuig op kruishoogte. Hieruit volgt dan ook dat de MIVD en de AIVD op basis van de beschikbare informatie geen concrete dreiging tegen de burgerluchtvaart boven Oost-Oekraïne hadden moeten onderkennen en aan externe partijen hadden moeten melden.

Aanbeveling

Gelet op de discussie in de internationale gemeenschap en in de Nederlandse samenleving na de crash van MH17 om de informatievoorziening in het kader van de veiligheid van vliegroutes te verbeteren, vindt de Commissie het wenselijk dat de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen voor hun vragen op het gebied van de veiligheid van (buitenlandse) vliegroutes terecht kunnen bij één loket voor beide diensten. De oprichting daarvan draagt bij aan een verdere verdieping van de samenwerking op dit gebied tussen de AIVD en de MIVD en aan de uitwisseling van informatie met de Nederlandse luchtvaartmaatschappijen.